Miedum:
Miedum is een dorp in de Friese gemeente Leeuwarden.
Het ligt ten noorden van de stad Leeuwarden, tussen de Dokkumer Ee en de Ouddeel, en telt ongeveer 33 inwoners (1 januari 2009).
Miedum vormt samen met de dorpen Snakkerburen en Lekkum al eeuwen lang één gemeenschap. De drie dorpen worden ook wel De Trije Doarpen genoemd. Er bestaan vele samenwerkingen tussen de dorpen, vooral op het vlak van cultuur. Zo bestaat onder andere een gezamenlijke dorpsblad, genaamd De Kobbeflecht. De drie dorpen hebben ook één dorpsvereniging, Dorpsbelang die zich inzet voor de belangen van de dorpsbewoners.
Tot 1 januari 1944 maakte Miedum deel uit van de gemeente Leeuwarderadeel.
Naamsverklaring:
De naam Miedum betekent "op de mieden". Mieden zijn hooilanden die eertijds open lagen voor het buitenwater. De koeien van de eerste boeren van Miedum zullen waarschijnlijk geweid zijn op de fennen op de kwelderwal langs de Dokkumer Ee en op de landerlijen rond de terp van Miedum.
Ontstaansgeschiedenis:
"Miedum kan nauwelijks den naam van dorp voeren, het is een toren met een herberg er naast en enkele boerderijen in 't veld".
Dit schrijft Jacob Heplema in zijn in 1894 begonnen "Eenvoudige Memories en Bemerkingen langs Straten en Wegen". In zekere zin heeft hij gelijk, temeer nu ook de herberg al verdwenen is. Maar desondanks is Miedum een zelfstandig dorp en dat is het al heel lang.
De oudste gegevens met betrekking to Miedum leren we kennen door het oudheidkundig bodemonderzoek. In 1962 werd archeologisch onderzoek verricht in een erceel land van de familie van der Woude. Gevonden werd een woonplaats uit het begin van onze jaartelling. Door de rijzing van de zeespiegel sedert ongeveer de 2e eeuw na Christus, en de daarmee samenhangende hogere waterstanden, werd deze woonplaats verlaten en vervolgens door een laagje klei overslibd.
Na de genoemde rijzing van de zeespiegel is het gebied tussen de Dokkumer Ee en de Trynwalden zo vochtig en nat geworden dat op de meeste plaatsen in die streek bewoning erg werd bemoeilijkt. Pas in de Middeleeuwen wordt de situatie weer beter. Vanaf ca. 1000 was men begonnen met de aanleg van zeewerende dijken.
Het opwerpen van terpen werd lanzamerhand achterwege gelaten. Vanuit de bestaande terpdorpen trok men naar de vlakke velden en vestigde zich daarop, soms op licht verhoogde huisplaatsen. De eerste middeleeuwse bewoning in Miedum kan zijn ontstaan vanuit de oudere terpdorpen Lekkum en Wyns. In de eerste plaats zal men zich weer gevestigd hebben op de oude verlaten terp uit de Romeinse tijd te Miedum, maar ook op de relatie hoge kwelderwal langs de Dokkumer Ee. Van ouds her staan de boerderijen op deze wat hoger opgeslibde kleigrond in het westelijk dorpsgebied van Miedum.
Miedum is een dorp in de Friese gemeente Leeuwarden.
Het ligt ten noorden van de stad Leeuwarden, tussen de Dokkumer Ee en de Ouddeel, en telt ongeveer 33 inwoners (1 januari 2009).
Miedum vormt samen met de dorpen Snakkerburen en Lekkum al eeuwen lang één gemeenschap. De drie dorpen worden ook wel De Trije Doarpen genoemd. Er bestaan vele samenwerkingen tussen de dorpen, vooral op het vlak van cultuur. Zo bestaat onder andere een gezamenlijke dorpsblad, genaamd De Kobbeflecht. De drie dorpen hebben ook één dorpsvereniging, Dorpsbelang die zich inzet voor de belangen van de dorpsbewoners.
Tot 1 januari 1944 maakte Miedum deel uit van de gemeente Leeuwarderadeel.
Naamsverklaring:
De naam Miedum betekent "op de mieden". Mieden zijn hooilanden die eertijds open lagen voor het buitenwater. De koeien van de eerste boeren van Miedum zullen waarschijnlijk geweid zijn op de fennen op de kwelderwal langs de Dokkumer Ee en op de landerlijen rond de terp van Miedum.
Ontstaansgeschiedenis:
"Miedum kan nauwelijks den naam van dorp voeren, het is een toren met een herberg er naast en enkele boerderijen in 't veld".
Dit schrijft Jacob Heplema in zijn in 1894 begonnen "Eenvoudige Memories en Bemerkingen langs Straten en Wegen". In zekere zin heeft hij gelijk, temeer nu ook de herberg al verdwenen is. Maar desondanks is Miedum een zelfstandig dorp en dat is het al heel lang.
De oudste gegevens met betrekking to Miedum leren we kennen door het oudheidkundig bodemonderzoek. In 1962 werd archeologisch onderzoek verricht in een erceel land van de familie van der Woude. Gevonden werd een woonplaats uit het begin van onze jaartelling. Door de rijzing van de zeespiegel sedert ongeveer de 2e eeuw na Christus, en de daarmee samenhangende hogere waterstanden, werd deze woonplaats verlaten en vervolgens door een laagje klei overslibd.
Na de genoemde rijzing van de zeespiegel is het gebied tussen de Dokkumer Ee en de Trynwalden zo vochtig en nat geworden dat op de meeste plaatsen in die streek bewoning erg werd bemoeilijkt. Pas in de Middeleeuwen wordt de situatie weer beter. Vanaf ca. 1000 was men begonnen met de aanleg van zeewerende dijken.
Het opwerpen van terpen werd lanzamerhand achterwege gelaten. Vanuit de bestaande terpdorpen trok men naar de vlakke velden en vestigde zich daarop, soms op licht verhoogde huisplaatsen. De eerste middeleeuwse bewoning in Miedum kan zijn ontstaan vanuit de oudere terpdorpen Lekkum en Wyns. In de eerste plaats zal men zich weer gevestigd hebben op de oude verlaten terp uit de Romeinse tijd te Miedum, maar ook op de relatie hoge kwelderwal langs de Dokkumer Ee. Van ouds her staan de boerderijen op deze wat hoger opgeslibde kleigrond in het westelijk dorpsgebied van Miedum.